10.3 Financiële meerjarenbegroting
Meerjarenbegroting onderdeel van de planning & controlcyclus
De meerjarenbegroting vormt een essentieel onderdeel van de sturing van de organisatie. Het geeft zicht op de lange termijn ontwikkelingen ten aanzien van onder andere de studentenaantallen, de benodigde formatie en strategische huisvesting. De meerjarenbegroting biedt de mogelijkheid de effecten te beoordelen en te anticiperen. Samen met de realisatie 2025 en de begroting 2026 is het een integraal onderdeel van de planning & controlcyclus van het ROCvA-F.
De gegevens in de meerjarenbegroting van het jaar 2025 zijn gebaseerd op de geconsolideerde en enkelvoudige jaarrekeningen 2025. De gegevens van het jaar 2026 zijn conform de in december 2025 door de Raad van Toezicht goedgekeurde (enkelvoudige) begrotingen. De begrote balansen 2026 zijn daar waar relevant aangepast met de meest recente bedragen vanuit de realisatie 2025, waaronder de verwerking van het resultaat boekjaar 2025 in het eigen vermogen en de daadwerkelijke beginstanden van de liquide middelen en vaste activa. De gegevens van de jaren 2027-2031 zijn conform de meerjarenbegrotingen zoals deze zijn goedgekeurd door de Raad van Toezicht.
Beleidsrijke meerjarenbegroting
Het bottom-up proces van opstelling van de meerjarenbegroting speelt een essentiële rol bij de beleidsrijke benadering van de meerjarenbegroting. Vanuit de teamplannen en strategiekaarten bouwen de mbo-colleges de formatieve en financiële plannen op, die als basis dienen voor de geconsolideerde meerjarenbegrotingen voor de instellingen. In de strategiekaarten maken de organisatieonderdelen de koppeling tussen de strategische ambities, de strategische acties en initiatieven en de inzet middelen. Voor 2026 is € 15 mln gespecificeerd in de strategiekaarten als inzet op de strategische thema’s, met focus op sociale innovatie, duurzaamheid, inclusie en kwaliteitscultuur.
De realisatie van de strategische thema’s wordt mede ondersteund vanuit de inzet van de bestemmingsreserves, die specifiek beschikbaar zijn voor het onderwijs. In de meerjarenbegroting wordt € 26 mln onttrokken vanuit de bestemmingsreserves, gericht op onderwijsvernieuwing en -innovatie, verbetering van de onderwijsrendementen en teamondersteuning en strategische personeelsplanning. Ook wordt de bestemmingsreserve ten dele ingezet voor de realisatie van de strategische huisvestingsplannen.
Overkoepelend worden aanvullende middelen gereserveerd en gealloceerd voor de realisatie van onze strategische ambities. In de begroting 2026 (€ 10 mln) en in de opvolgende jaren worden specifieke middelen bestemd voor strategie- en collectiviteitsinitiatieven. Vanuit deze middelen wordt onder andere € 2,5 mln ingezet voor de professionalisering en coördinatie van de LLO-activiteiten. Ook worden vanuit deze middelen initiatieven uitgevoerd gericht op de digitale ontwikkeling en digitale veiligheid van de organisatie. Voor verdere onderwijsinnovatie en AI-toepassingen wordt jaarlijks € 2 mln gereserveerd in de meerjarenbegroting ten behoeve van toekomstgerichte onderwijsprogramma’s en een effectieve bedrijfsvoering. In 2026 wordt net als in de jaren 2024 en 2025 € 10 mln uit eigen middelen vrijgemaakt voor aanvullende begeleiding en ondersteuning van onze studenten, het verhogen van de onderwijsrendementen en het verlagen van de vsv en schooluitval.
In aanvulling hierop zetten we de komende vier jaar in totaal € 24 mln extra in ten behoeve van de strategische tekortsectoren zorg en welzijn, techniek, technologie en ICT en veiligheid. De initiatieven zijn gericht op de innovatie, intensivering en profilering van de opleidingsprogramma’s. Hiermee sluiten we in belangrijke mate aan bij het maatschappelijke en economische vraagstuk ten aanzien van het tekort aan goed opgeleide studenten in relevante marktsectoren.
In de meerjarenbegroting zijn tevens de initiatieven verwerkt die gerelateerd zijn aan de subsidieregelingen, waaronder de Kwaliteitsagenda (zie hoofdstuk 3), LOB, Passend Onderwijs, Zijinstroom, Studieverlof, Doorstroom Beroepskolom/VABOK, Van School naar Duurzaam Werk, MBO Agenda en (overige) gemeentelijke subsidies. Ook zijn de activiteiten en middelen ten aanzien van het Nationaal Groeifonds opgenomen in 2026 en 2027, met geplande afloop in 2028.
De ROC TOP integratie heeft aanvullende lasten tot gevolg voor het laten aansluiten van de huisvesting en ICT-infrastructuur op de bedrijfsvoering, het borgen van de onderwijskwaliteit en het inbedden en begeleiden van medewerkers. In de meerjarenbegroting zijn deze hogere lasten in ROCvA afgedekt vanuit het budget bestuursoverdracht. De afdekking vindt gedeeltelijk plaats vanuit ROC TOP en gedeeltelijk vanuit aanvullende OCW-rijksbijdragen.
Exploitatie ontwikkeling
De realisatie van onze beleidsplannen vraagt om extra inzet van eigen middelen in de komende jaren. De inzet van de bestemmingsreserves en aanvullende middelen voor onder andere de verbetering van de onderwijsrendementen en voor tekortsectoren resulteren in een tijdelijke druk op de exploitatie in de eerstkomende jaren in zowel ROCvA als ROCvF. Dit is zichtbaar in de hogere personele en overige lasten. De inzet vindt planmatig en op een beheerste wijze plaats, vanuit een financiële gezonde positie.
De verwachte ontwikkeling van de studentenaantallen draagt bij aan een positieve ontwikkeling van de rijksbekostiging op de lange termijn. Met name het herstel van de luchtvaartsector, horeca, toerisme en hospitality na de coronacrisis, de groeiende vraag naar zorgpersoneel en de ontwikkelingen in de regio Amsterdam-Noord geven een positieve impuls voor de toekomstige jaren. De bekostiging van instelling ROC TOP loopt in de komende jaren sterk terug tot nul in 2030. In de eerste jaren zorgt dit voor een lichte daling van de geconsolideerde rijksbekostiging van ROCvA-F.
Voor de rijksbekostiging is uitgegaan van een gelijkblijvend niveau per gewogen student in de toekomstige jaren. De effecten van de nieuwe bekostigingssystematiek per 2029 zijn vooralsnog onzeker.
De afronding van twee deelprojecten van het Nationaal Groeifonds[18] zorgt in 2027 en 2028 voor een beperkte daling van de subsidiebaten. Ook het aflopen van de RIF subsidies per 2028, conform de OCW-begroting, zorgt voor een beperkte verlaging van de bekostiging.
Volgend op de geplande investeringen in het Strategisch Huisvestingsplan, stijgen de afschrijvingslasten en huisvestingslasten van ROCvA-F. Grotere projecten zijn onder andere de huisvesting van de mbo-colleges Centrum en Lelystad, de facelift van het onderwijsgebouw van MBO College Airport en de verduurzaming van de onderwijsgebouwen. Mogelijke verkopen van de huidige onderwijsfaciliteiten zijn conservatief verwerkt in de meerjarenbegroting in 2031.
De financiële baten en lasten zullen naar verwachting dalen door een daling van de beschikbare liquide middelen, een verwacht lager rentepercentage op het saldo van het schatkistbankieren en het aantrekken van aanvullende externe financiering met hogere rentekosten tot gevolg.
De ontwikkeling van de exploitatie van ROCvA-F (excl VOvA) en van de instellingen ROCvA, ROCvF en ROC TOP zijn in de volgende tabellen weergegeven.
De hogere overige baten in de eerste jaren van ROCvA zijn deels gerelateerd aan het stopzetten van de nieuwe instroom van studenten in ROC TOP en een verschuiving van de instroom naar ROCvA. De hogere baten dienen ter dekking van het onderwijs aan de nieuw ingestroomde studenten in ROCvA. Het onderwijs aan huidige ROC TOP studenten, inclusief de bijbehorende facilitering, wordt verzorgd door de instelling ROCvA. De lasten hiervan worden tot en met 2026 mede gedekt vanuit de instelling ROC TOP.
|
Staat van Baten en Lasten ROCvA-F |
|||||||
|
Realisatie |
Begroting |
MJB |
MJB |
MJB |
MJB |
MJB |
|
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
|
|
Rijksbijdragen |
486.483 |
477.499 |
474.057 |
493.223 |
503.908 |
508.088 |
510.731 |
|
Overige overheidsbijdr. en -subsidies |
14.152 |
13.494 |
12.755 |
9.621 |
8.952 |
8.965 |
8.949 |
|
Wettelijke college-/cursus-/examengelden |
497 |
850 |
951 |
1.000 |
1.000 |
1.000 |
1.000 |
|
Baten werk iov derden |
3.099 |
3.691 |
4.488 |
5.083 |
5.588 |
5.888 |
6.266 |
|
Overige baten |
28.962 |
18.613 |
20.360 |
19.730 |
20.414 |
20.084 |
30.159 |
|
Totale baten |
533.193 |
514.148 |
512.612 |
528.657 |
539.862 |
544.025 |
557.105 |
|
Personeelslasten |
-420.759 |
-419.942 |
-410.818 |
-413.652 |
-416.562 |
-418.123 |
-417.976 |
|
Afschrijvingen |
-19.283 |
-21.919 |
-22.837 |
-23.843 |
-26.353 |
-26.114 |
-28.070 |
|
Huisvestingslasten |
-38.520 |
-35.727 |
-34.252 |
-35.500 |
-35.603 |
-35.634 |
-35.302 |
|
Overige lasten |
-59.160 |
-54.638 |
-51.704 |
-55.975 |
-57.858 |
-57.312 |
-57.562 |
|
Totale lasten |
-537.722 |
-532.226 |
-519.611 |
-528.970 |
-536.376 |
-537.183 |
-538.911 |
|
Saldo baten en lasten uit gewone bedrijfsvoering |
-4.528 |
-18.078 |
-6.999 |
-313 |
3.487 |
6.842 |
18.194 |
|
Financiële baten en lasten |
874 |
-380 |
-1.758 |
-2.439 |
-3.645 |
-4.576 |
-5.000 |
|
Resultaat deelnemingen |
-1.961 |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Totaal resultaat |
-5.615 |
-18.458 |
-8.757 |
-2.752 |
-158 |
2.266 |
13.194 |
|
Inzet bestemmingsreserve |
8.522 |
8.544 |
6.184 |
2.873 |
2.118 |
2.104 |
3.910 |
|
Staat van Baten en Lasten ROCvA |
|||||||
|
Realisatie |
Begroting |
MJB |
MJB |
MJB |
MJB |
MJB |
|
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
|
|
Rijksbijdragen |
394.060 |
400.975 |
404.329 |
423.111 |
434.591 |
438.331 |
440.789 |
|
Overige overheidsbijdr. en -subsidies |
11.027 |
11.236 |
11.167 |
9.203 |
8.535 |
8.551 |
8.539 |
|
Wettelijke college-/cursus-/examengelden |
619 |
857 |
857 |
857 |
857 |
857 |
857 |
|
Baten werk iov derden |
2.942 |
3.521 |
4.312 |
4.902 |
5.408 |
5.710 |
6.089 |
|
Overige baten |
52.762 |
28.659 |
23.552 |
21.420 |
20.366 |
20.202 |
25.286 |
|
Totale baten |
461.410 |
445.248 |
444.218 |
459.493 |
469.757 |
473.651 |
481.560 |
|
Personeelslasten |
-354.462 |
-360.196 |
-354.705 |
-358.979 |
-362.440 |
-364.386 |
-365.589 |
|
Afschrijvingen |
-16.176 |
-18.660 |
-19.282 |
-20.719 |
-22.555 |
-22.096 |
-23.390 |
|
Huisvestingslasten |
-33.266 |
-31.897 |
-30.975 |
-32.157 |
-32.227 |
-32.254 |
-32.090 |
|
Overige lasten |
-49.753 |
-47.207 |
-44.222 |
-47.850 |
-49.441 |
-49.252 |
-49.725 |
|
Totale lasten |
-453.657 |
-457.960 |
-449.183 |
-459.705 |
-466.663 |
-467.988 |
-470.795 |
|
Saldo baten en lasten uit gewone bedrijfsvoering |
7.753 |
-12.712 |
-4.965 |
-212 |
3.094 |
5.663 |
10.765 |
|
Financiële baten en lasten |
1.059 |
-227 |
-1.622 |
-2.322 |
-3.493 |
-4.170 |
-4.317 |
|
Resultaat deelnemingen |
-1.961 |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Totaal resultaat |
6.851 |
-12.939 |
-6.587 |
-2.534 |
-399 |
1.493 |
6.448 |
|
Inzet bestemmingsreserve |
8.522 |
6.682 |
4.301 |
1.550 |
1.004 |
1.169 |
2.228 |
|
Staat van Baten en Lasten ROCvF |
|||||||
|
Realisatie |
Begroting |
MJB |
MJB |
MJB |
MJB |
MJB |
|
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
|
|
Rijksbijdragen |
63.682 |
63.725 |
65.470 |
68.535 |
69.149 |
69.757 |
69.942 |
|
Overige overheidsbijdr. en -subsidies |
3.106 |
2.258 |
1.588 |
418 |
417 |
414 |
410 |
|
Wettelijke college-/cursus-/examengelden |
184 |
143 |
143 |
143 |
143 |
143 |
143 |
|
Baten werk iov derden |
157 |
170 |
176 |
181 |
180 |
178 |
177 |
|
Overige baten |
1.541 |
-165 |
645 |
-113 |
-120 |
-118 |
4.873 |
|
Totale baten |
68.670 |
66.131 |
68.022 |
69.164 |
69.769 |
70.374 |
75.545 |
|
Personeelslasten |
-56.021 |
-57.566 |
-55.742 |
-54.673 |
-54.122 |
-53.737 |
-52.387 |
|
Afschrijvingen |
-3.107 |
-3.259 |
-3.555 |
-3.124 |
-3.798 |
-4.018 |
-4.680 |
|
Huisvestingslasten |
-3.420 |
-3.241 |
-3.277 |
-3.343 |
-3.376 |
-3.380 |
-3.212 |
|
Overige lasten |
-9.407 |
-7.431 |
-7.482 |
-8.125 |
-8.081 |
-8.060 |
-7.837 |
|
Totale lasten |
-71.955 |
-71.497 |
-70.056 |
-69.265 |
-69.377 |
-69.195 |
-68.116 |
|
Saldo baten en lasten uit gewone bedrijfsvoering |
-3.285 |
-5.366 |
-2.034 |
-101 |
392 |
1.179 |
7.429 |
|
Financiële baten en lasten |
-185 |
-153 |
-136 |
-117 |
-152 |
-406 |
-683 |
|
Resultaat deelnemingen |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Totaal resultaat |
-3.470 |
-5.519 |
-2.170 |
-218 |
240 |
773 |
6.746 |
|
Inzet bestemmingsreserve |
- |
1.862 |
1.883 |
1.323 |
1.115 |
935 |
1.682 |
|
Staat van Baten en Lasten ROC-TOP |
|||||||
|
Realisatie |
Begroting |
MJB |
MJB |
MJB |
MJB |
MJB |
|
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
|
|
Rijksbijdragen |
28.741 |
12.799 |
4.258 |
1.577 |
168 |
- |
- |
|
Overige overheidsbijdr. en -subsidies |
19 |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Wettelijke college-/cursus-/examengelden |
-306 |
-150 |
-49 |
- |
- |
- |
- |
|
Baten werk iov derden |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Overige baten |
514 |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Totale baten |
28.968 |
12.650 |
4.208 |
1.577 |
168 |
- |
- |
|
Personeelslasten |
-10.276 |
-2.180 |
-372 |
- |
- |
- |
- |
|
Afschrijvingen |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Huisvestingslasten |
-1.834 |
-589 |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Overige lasten |
-25.855 |
-9.881 |
-3.837 |
-1.577 |
-168 |
- |
- |
|
Totale lasten |
-37.965 |
-12.650 |
-4.209 |
-1.577 |
-168 |
- |
- |
|
Saldo baten en lasten uit gewone bedrijfsvoering |
-8.996 |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Financiële baten en lasten |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Totaal resultaat |
-8.996 |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
Inflatie en loonkostenontwikkeling
De inflatie en loonkostenontwikkeling zijn uiterst onzekere factoren. In de uitwerking van de meerjarenbegroting is geen rekening gehouden met verdere inflatie en loonstijgingen in 2027 en verdere jaren. Ook is geen rekening gehouden met compensatie hiervan in de vorm van loon- en prijscompensatie in de baten. Het uitgangspunt is derhalve dat stijgingen in het lastenniveau resultaatneutraal gecompenseerd worden via de bekostiging. Naast de onzekerheid over de inflatie en loonkosten voor het ROCvA-F als organisatie, speelt de inflatie en loonkostenontwikkeling een belangrijke rol ten aanzien van de gelijke kansen voor onze studenten. Het betaalbaar houden van leermiddelen, excursies en catering is een relevant aandachtspunt, om het onderwijs toegankelijk te houden voor alle studenten.
Stabiele ontwikkeling financiële prestatie-indicatoren
De meerjarige financiële prestatie-indicatoren zijn een afgeleide van de begrote staat van baten en lasten en de balansen van de instellingen. De financiële streefwaarden/kaders zijn gerelateerd aan de strategische ambities van de instellingen en aan het financiële toetsingskader van de Inspectie van het Onderwijs. Ten opzichte van het OCW-kader zijn enkele financiële indicatoren toegevoegd. De intern gestelde streefwaarden voor de solvabiliteit zijn scherper gesteld dan de OCW-signaleringswaarde van 30%.
Voor de interne sturing wordt gekeken naar het collectief van ROCvA-F. Voor verslaggevingsdoeleinden zijn eveneens de afzonderlijke ratio’s weergegeven voor ROCvA en ROCvF. In de bijlage 6 Meerjarenbegroting zijn de balansen opgenomen, inclusief de ratio’s en balans van instelling ROC TOP. Als gevolg van de aflopende activiteiten is de balans van ROC TOP nagenoeg leeg en zijn de financiële ratio’s van ROC TOP niet zinvol voor afzonderlijke beoordeling en financiële sturing.
|
Ratio's ROCvA-F |
|||||||||
|
Streef-waarden |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
||
|
Current Ratio |
> 0,5 |
1,37 |
0,93 |
0,51 |
0,59 |
0,56 |
0,57 |
0,58 |
|
|
Current Ratio incl. rc faciliteit |
> 0,5 |
1,29 |
0,95 |
0,61 |
0,67 |
0,65 |
0,65 |
0,66 |
|
|
Liquide middelen (€ mln) |
> 33 |
135,6 |
82,2 |
38,3 |
47,4 |
45,3 |
46,6 |
48,0 |
|
|
Liquide middelen (€ mln) incl. rc faciliteit |
> 60 |
162,5 |
109,1 |
65,2 |
74,3 |
72,2 |
73,5 |
74,9 |
|
|
Solvabiliteit I (excl. voorzieningen) |
≥ 35% |
48% |
47% |
46% |
41% |
38% |
37% |
39% |
|
|
Solvabiliteit II (incl. voorzieningen) |
≥ 35% |
57% |
56% |
56% |
50% |
47% |
44% |
46% |
|
|
Solvabiliteit excl. bestemmingsreserves |
≥ 35% |
36% |
36% |
37% |
33% |
32% |
31% |
34% |
|
|
Interest Coverage Ratio |
≥ 3,0 |
16,9 |
10,1 |
9,0 |
9,6 |
8,2 |
7,2 |
9,3 |
|
|
Debt Service Coverage Ratio |
≥ 1,5 |
5,8 |
1,0 |
3,1 |
3,3 |
3,1 |
2,8 |
3,7 |
|
|
Loan to value |
≤ 50% |
30% |
25% |
20% |
31% |
36% |
40% |
39% |
|
|
Rentabiliteit |
≥ 0% |
-1,1% |
-3,6% |
-1,7% |
-0,5% |
0,0% |
0,4% |
2,4% |
|
|
Huisvestingsratio |
≤ 15% |
9,8% |
9,8% |
10,0% |
10,2% |
10,6% |
10,5% |
10,8% |
|
|
Personeelslasten in % totale baten |
≥ 70% |
78,9% |
81,7% |
80,1% |
78,2% |
77,2% |
76,9% |
75,0% |
|
|
* De signaleringswaarde van de Inspectie van het Onderwijs voor de solvabiliteit bedraagt 30% |
|
Ratio's ROCvA |
|||||||||
|
Streef-waarden |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
||
|
Current Ratio |
> 0,5 |
1,32 |
0,95 |
0,53 |
0,61 |
0,60 |
0,60 |
0,61 |
|
|
Current Ratio incl. rc faciliteit |
> 0,5 |
1,27 |
0,96 |
0,61 |
0,67 |
0,66 |
0,67 |
0,68 |
|
|
Liquide middelen (€ mln) |
> 40 |
135,4 |
82,1 |
38,2 |
47,3 |
45,2 |
46,5 |
47,9 |
|
|
Liquide middelen (€ mln) incl. rc faciliteit |
> 60 |
155,8 |
102,5 |
58,6 |
67,7 |
65,6 |
66,9 |
68,3 |
|
|
Solvabiliteit I (excl. voorzieningen) |
≥ 35% |
46% |
46% |
46% |
40% |
38% |
37% |
38% |
|
|
Solvabiliteit II (incl. voorzieningen) |
≥ 35% |
* |
54% |
55% |
55% |
48% |
46% |
44% |
46% |
|
Solvabiliteit excl. bestemmingsreserves |
≥ 35% |
36% |
38% |
39% |
34% |
33% |
32% |
34% |
|
|
Normatief publiek eigen vermogen (€ mln) |
274,4 |
288,8 |
315,8 |
341,0 |
361,5 |
378,6 |
387,0 |
||
|
Aanwezig publiek eigen vermogen (€ mln) |
159,1 |
146,2 |
139,6 |
137,1 |
136,7 |
138,2 |
144,6 |
||
|
Normatief eigen vermogen |
≤ 1,0 |
0,58 |
0,51 |
0,44 |
0,40 |
0,38 |
0,36 |
0,37 |
|
|
Interest Coverage Ratio |
≥ 3,0 |
22,6 |
26,2 |
8,8 |
8,8 |
7,3 |
6,7 |
7,9 |
|
|
Debt Service Coverage Ratio |
≥ 1,5 |
10,2 |
1,6 |
2,8 |
2,9 |
2,8 |
2,6 |
3,2 |
|
|
Loan to value |
≤ 50% |
29% |
24% |
20% |
32% |
37% |
40% |
38% |
|
|
Rentabiliteit |
≥ 0% |
1,5% |
-2,9% |
-1,5% |
-0,6% |
-0,1% |
0,3% |
1,3% |
|
|
Huisvestingsratio |
≤ 15% |
9,8% |
10,0% |
10,1% |
10,5% |
10,7% |
10,6% |
10,8% |
|
|
Personeelslasten in % totale baten |
≥ 70% |
76,8% |
80,9% |
79,8% |
78,1% |
77,2% |
76,9% |
75,9% |
|
|
* De signaleringswaarde van de Inspectie van het Onderwijs voor de solvabiliteit bedraagt 30% |
|
Ratio's ROCvF |
|||||||||
|
Streef-waarden |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
||
|
Current Ratio |
> 0,5 |
1,23 |
0,87 |
0,78 |
0,74 |
0,56 |
0,59 |
0,59 |
|
|
Current Ratio incl. rc faciliteit |
> 0,5 |
1,19 |
0,89 |
0,81 |
0,78 |
0,63 |
0,65 |
0,65 |
|
|
Liquide middelen (€ mln) |
* |
0,2 |
0,1 |
0,1 |
0,1 |
0,1 |
0,1 |
0,1 |
|
|
Liquide middelen (€ mln) incl. rc faciliteit |
> 2,0 |
* |
3,2 |
3,1 |
3,1 |
3,1 |
3,1 |
3,1 |
3,1 |
|
Solvabiliteit I (excl. voorzieningen) |
≥ 35% |
43% |
38% |
35% |
36% |
35% |
29% |
35% |
|
|
Solvabiliteit II (incl. voorzieningen) |
≥ 35% |
** |
51% |
47% |
45% |
46% |
44% |
37% |
41% |
|
Solvabiliteit excl. bestemmingsreserves |
≥ 35% |
18% |
13% |
13% |
16% |
18% |
18% |
28% |
|
|
Normatief publiek eigen vermogen (€ mln) |
55,7 |
56,7 |
57,6 |
59,0 |
64,1 |
72,7 |
82,2 |
||
|
Aanwezig publiek eigen vermogen (€ mln) |
23,1 |
17,6 |
15,4 |
15,2 |
15,5 |
16,2 |
23,0 |
||
|
Normatief eigen vermogen |
≤ 1,0 |
0,42 |
0,31 |
0,27 |
0,26 |
0,24 |
0,22 |
0,28 |
|
|
Interest Coverage Ratio |
≥ 3,0 |
(1,0) |
(13,8) |
11,2 |
25,8 |
27,6 |
12,8 |
17,7 |
|
|
Debt Service Coverage Ratio |
≥ 1,5 |
(0,1) |
(1,3) |
1,3 |
2,9 |
3,6 |
3,1 |
9,6 |
|
|
Loan to value |
≤ 50% |
36% |
32% |
29% |
26% |
27% |
44% |
40% |
|
|
Rentabiliteit |
≥ 0% |
-5,1% |
-8,3% |
-3,2% |
-0,3% |
0,3% |
1,1% |
8,9% |
|
|
Huisvestingsratio |
≤ 15% |
8,4% |
8,4% |
9,1% |
8,7% |
9,7% |
10,0% |
10,9% |
|
|
Personeelslasten in % totale baten |
≥ 70% |
81,6% |
87,0% |
81,9% |
79,0% |
77,6% |
76,4% |
69,3% |
|
|
* Liquide middelen zijn via schatkistbankieren samengevoegd met onderwijsinstelling ROCvA |
|||||||||
|
** De signaleringswaarde van de Inspectie van het Onderwijs voor de solvabiliteit bedraagt 30% |
Relevant voor de ontwikkeling van de financiële ratio’s zijn de investeringen in strategische huisvesting in de komende jaren en de hieraan gerelateerde aanvullende externe financiering. Met name de verwachte investeringen in de huisvesting van mbo-colleges Centrum, Airport en Lelystad zijn substantieel. Verspreid over de jaren 2028-2031 is in totaal € 105 mln aanvullende externe financiering opgenomen in de meerjarenbegroting. De concretisering van de financieringsaanvraag vindt plaats in de komende jaren.
Current ratio
De liquiditeit wordt uitgedrukt via de indicator current ratio (kortlopende activa gedeeld door kortlopende passiva). De signaleringswaarde van de Inspectie van het Onderwijs bedraagt 0,5. Zowel voor ROCvA als ROCvF is de waarde van de ratio boven de signaleringswaarde, wat een indicatie is dat beide instellingen in voldoende mate kunnen voldoen aan de kortlopende verplichtingen. De ontwikkeling van de liquide middelen wordt nauwlettend gevolgd en beheerst vanuit de treasury commissie. Specifieke aandacht wordt gegeven aan de benodigde investeringen vanuit het huisvestingsplan en aan de daadwerkelijke financieringsbehoefte die hieruit voortvloeit.
In de komende jaren dalen de liquide middelen als gevolg van de geplande investeringen in huisvesting, aflossingen van de externe financiering en de begrote negatieve exploitatieresultaten. Dit resulteert in een daling van de current ratio. Met de aanvullende leningen in de latere jaren blijft de ontwikkeling van de ratio meerjarig positief en continueren we de gezonde liquide positie.
De drie instellingen ROCvA, ROCvF en ROC TOP hebben een, momenteel niet gebruikte, rekening-courantfaciliteit bij het ministerie van Financiën (ROCvA € 20,4 mln, ROCvF € 3,0 mln en ROC TOP € 3,5 mln).
Solvabiliteit
De solvabiliteitsratio’s I (eigen vermogen als percentage van het totale vermogen) en II (eigen vermogen plus voorzieningen als percentage van het totale vermogen) van het ROCvA en ROCvF tonen aan dat beide instellingen financieel gezond zijn.
De solvabiliteit van zowel ROCvA als ROCvF daalt naar verwachting in de komende jaren als gevolg van de inzet van aanvullende middelen – en de daaraan gekoppelde negatieve exploitatieresultaten - en het aantrekken van externe financiering. De solvabiliteit exclusief bestemmingsreserves daalt relatief beperkt, als gevolg van de voorziene inzet en daling van de bestemmingsreserves.
Normatief eigen vermogen
De ratio normatief eigen vermogen geeft het publiek eigen vermogen weer ten opzichte van het normatief eigen vermogen. De streefwaarde voor deze ratio is kleiner dan of gelijk aan 1. Deze ratio is een afgeleide van de signaleringswaarde Normatief eigen vermogen van de Inspectie van het Onderwijs. Indien het publiek eigen vermogen van een instelling het normatief eigen vermogen overstijgt, is dit een signalering voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen, oftewel, een signalering dat mogelijk te veel eigen vermogen wordt aangehouden ten opzichte van wat redelijkerwijs nodig is voor een gezonde bedrijfsvoering. Zowel voor ROCvA als ROCvF blijft het publiek eigen vermogen meerjarig onder het normatief eigen vermogen. Voor beide instellingen bestaat derhalve geen indicatie van een bovenmatig eigen vermogen.
Interest coverage ratio (ICR)
Deze ratio geeft aan hoe vaak de rentelast van een jaar betaald kan worden uit de operationele kasstroom en is hiermee van belang voor de financierbaarheid en de externe financiers. De Inspectie van het Onderwijs heeft hier geen signaleringswaarde voor vastgesteld. De interne streefwaarde is gesteld op 3,0. Meerjarig voldoen beide instellingen ruimschoots aan de streefwaarde, wat aangeeft dat beide instellingen in meer dan voldoende mate in staat zijn om de rentelasten te betalen uit de operationele kasstromen. In 2026 komt de ratio van ROCvF naar verwachting onder de streefwaarde uit, wat een direct gevolg is van het begrote negatieve resultaat.
Debt service coverage ratio (DSCR)
Deze ratio geeft aan hoe vaak de rente- en aflossingsverplichtingen betaald kunnen worden uit de operationele kasstroom. De Inspectie van het Onderwijs heeft hier geen signaleringswaarde voor vastgesteld. De interne streefwaarde is gesteld op 1,5. Net als de interest coverage ratio komt de DSCR meerjarig ruimschoots uit boven de gestelde streefwaarde.
Loan to value
Deze indicator geeft de langlopende financiering weer als een percentage van de waarde van de gefinancierde vaste activa (gebouwen en terreinen). Het geeft aan welk deel van de vaste activa het ROCvA-F maximaal wil financieren met (langlopend) vreemd vermogen. De Inspectie van het Onderwijs heeft hier geen signaleringswaarde voor vastgesteld. De interne streefwaarde is gesteld op maximaal 50%. Beide instellingen voldoen meerjarig aan de streefwaarde. Als gevolg van het aantrekken van aanvullende financiering, stijgt de indicator voor beide instellingen in de komende jaren.
Rentabiliteit
De rentabiliteit is gedefinieerd als het exploitatieresultaat, uitgedrukt als percentage van de totale baten. De Inspectie van het Onderwijs hanteert sinds 2021 geen formele signaleringswaarde voor de rentabiliteit. Intern wordt een streefwaarde aangehouden van 0%. In de komende jaren wordt doelgericht ingezet op extra bestedingen van middelen die in 2025 en eerder zijn ontvangen. De begrote negatieve resultaten van ROCvA en ROCvF zullen volgens planning mede gefinancierd worden vanuit de opgebouwde bestemmingsreserves. Een rechtstreeks gevolg van de extra bestedingen is dat de rentabiliteit enkele jaren onder de 0% zal uitkomen.
Huisvestingsratio
De huisvestingsratio is gedefinieerd als de lasten die samenhangen met huisvesting gedeeld door de totale lasten. De ratio geeft aan of de ontwikkeling van de huisvestingslasten passend is voor de omvang van de organisatie. Beide instellingen voldoen meerjarig aan de streefwaarde. De ratio stijgt in de komende jaren licht door de geplande investeringen.
Personeelslasten in % totale baten
De interne doelstelling is minimaal 70% van alle baten te besteden aan personeel. In de berekening worden alle personele lasten meegerekend, inclusief externe inhuur en overige personele lasten. Deze ratio ligt voor zowel ROCvA als ROCvF op structurele basis boven de interne streefwaarde.
Gezonde meerjarige financieringsstructuur
Aan de hand van het Strategisch Huisvestingsplan (SHP) werkt het ROCvA-F in de komende jaren aan onderwijshuisvesting die klaar is voor de toekomst. Belangrijke projecten in de komende jaren zijn de facelifts van diverse onderwijsgebouwen, de huisvesting van de mbo-colleges Centrum en Lelystad en de verduurzaming van onze gebouwen. De investeringen die hiervoor benodigd zijn, zijn onderdeel van de meerjarenbegroting, evenals de hieruit voortkomende afschrijvingen en interne en externe financiering.
De investeringen worden voor een deel vanuit de eigen middelen gefinancierd. Tevens wordt aanvullende externe financiering aangetrokken. In de huidige meerjarenbegroting is in de jaren 2028-2031 extra financiering voorzien ter hoogte van € 105 mln, verdeeld over € 88 mln voor ROCvA en 17 mln voor ROCvF. De exacte invulling van de financiering zal in de komende jaren beoordeeld worden, in het licht van de geplande investeringen en de ontwikkeling van de liquiditeit en financiële ratio’s.
De externe financieringen bij beide instellingen kunnen worden aangegaan vanuit een financieel gezonde positie. De liquiditeitspositie, de interest coverage ratio (ICR) en de debt service coverage ratio (DSCR) geven aan dat het ROCvA-F uitstekend in staat is te voldoen aan de betalingsverplichtingen van de rentelasten en aflossingen. Inclusief de nieuwe leningen blijven de ICR- en DSCR-ratio’s ruim boven de interne streefwaarden. Ook de solvabiliteit van de instellingen blijven op een gezond niveau.