Jaarverslag 2025

Deel deze pagina op

3.1 Ons onderwijs in cijfers

Studentenaantallen 2025
Het aantal studenten is in 2025 licht gestegen (+1,3%), ten opzichte van vorig jaar[1]. Niveau 4 vormt met 23.333 studenten (61%) veruit de grootste groep, gevolgd door niveau 2 (20%), niveau 3 (13%) en niveau 1 (5%). Kijken naar de trend, dan valt op dat over de periode 2021–2025 niveau 1 is gegroeid (+28,8%), terwijl niveaus 2 (-8%), 3 (-21,3%) en 4 (-5,5%) zijn gedaald.

Verhouding BOL-BBL
Het ROCvA-F biedt zowel BOL- als BBL-opleidingen aan. BBL (Beroepsbegeleidende leerweg) is een opleidingsvorm waarbij de student werkt en leert tegelijk, vaak 1 dag school en 4 dagen werken. BOL (Beroeps Opleidende Leerweg) is een opleidingsvorm waarbij de student theoretische kennis en praktijkervaring opdoet, met een nadruk op de theoretische kant.
Kijkend naar langjarige trends, zien we dat tussen 2021 en 2025 het aandeel BBL is toegenomen van 18% naar 23%, terwijl het aandeel BOL is afgenomen van 82% naar 77%. In absolute aantallen groeide het aantal BBL-studenten van 7.389 naar 8.771, terwijl het aantal BOL-studenten daalde van 33.653 naar 29.320. Deze verschuiving is een resultante van ons beleid om meer studenten in de BBL op te leiden, zoals vastgelegd in de kwaliteitsagenda zodat we de beroepskolom versterken, studenten beter begeleiden en ondersteunen bij het maken van een weloverwogen keuze voor een kansrijk beroep.

Onderwijsresultaten
De onderwijsresultaten laten in 2025 een duidelijk positieve ontwikkeling zien. Het jaarresultaat[2] is met 3,1 procentpunt gestegen tot 70,4%. Deze stijging hangt samen met een sterke daling van de uitval: in 2025 zijn ongeveer 800 studenten minder uitgevallen dan het jaar ervoor. Ook het aantal voortijdig schoolverlaters (vsv) is afgenomen, van 8,7% naar 8,0% (ongeveer 200 minder vsv’ers). De daling van het vsv-percentage is echter kleiner dan de daling van de totale uitval. Dit duidt erop dat de afname vooral plaatsvindt onder studenten die al een startkwalificatie hebben, zoals een afgeronde havo-opleiding of een mbo-diploma op niveau 2. Daarnaast is het startersresultaat[3] met 3,3 procentpunt gestegen, van 82,8% in 2023-2024 naar 86,1% in 2024-2025. Dit laat zien dat minder nieuwe mbo-studenten in hun eerste studiejaar uitvallen.

Figuur 5: Jaarresultaten 2022-2025 

Figuur 6: VSV 2022-2025

Met name opleidingen binnen de domeinen Handel, Sport, Veiligheid, Mode en Media laten een duidelijke stijging van het jaarresultaat zien. Daarbij zijn er diverse opleidingen binnen alle domeinen die in voorgaande jaren onder de inspectienorm en het gemiddelde van de grootste vier mbo-instellingen uitkwamen, maar nu boven deze niveaus komen.
Deze verbeteringen zijn te danken aan:

  1. Het vroegtijdig signaleren van potentiële uitval met behulp van data-analyses en wetenschappelijke predictiemodellen waarbij we ook gegevens uitwisselen en samenwerken met andere mbo-instellingen. 

  2. Het versterken van de landing in de eerste 100 dagen van onze studenten, met aandacht voor binding, structuur en ondersteuning (bijvoorbeeld door middel van kennismakingsactiviteiten). 

  3. Het versterken van begeleiding, bijvoorbeeld door beginnende studieloopbaanbegeleiders en mentoren te koppelen aan ervaren collega’s. 

  4. Continue aandacht voor kwaliteitszorg en borging, onder andere door peer reviews. 

  5. Maar aandacht voor aanwezigheid. De aanwezigheid van studenten is in 2025 licht gestegen van 64,9% naar 65,3%. Verzuim onder studenten is een lastig probleem en er is meer tijd nodig voordat maatregelen (zoals actief nabellen en motiveren van studenten) effect hebben. Ook in de komende schooljaren blijft er daarom aandacht voor het vergroten van de aanwezigheid van studenten in de lessen.

Voortijdig schoolverlaten (vsv)
In 2025 is het percentage voortijdig schoolverlaters (vsv) met 0,7 procentpunt gedaald, in lijn met het landelijke beeld. De resultaten verschillen echter per niveau en regio. Op alle niveaus is het vsv afgenomen. De daling is het duidelijkst zichtbaar op niveau 2 in Amsterdam, terwijl het vsv het hoogst blijft op entree (niveau 1). In Amsterdam is de afname sterker dan in Flevoland, met uitzondering van entree. Deze verschillen laten zien dat de ingezette maatregelen nog niet overal hetzelfde effect hebben en dat gerichte aandacht voor bepaalde studentgroepen nodig blijft.

Figuur 7: VSV percentage (*2024-2025: voorlopige resultaten t/m oktober 2025)

In samenwerking met gemeenten en doorstroompuntregio’s zijn er plannen gemaakt die gericht zijn op een verlaging van de vsv en meer succes op de arbeidsmarkt voor de periode na 2025. Hieronder valt het regionale meerjarenplan ‘Iedere jongere in beeld’. Met deze gezamenlijke planvorming is invulling gegeven aan de ambitie uit de kwaliteitsagenda op vsv (uitgebreidere toelichting is te vinden in 2.3: Begeleiding en ondersteuningseffecten).

Tevredenheid studenten
De studenttevredenheid is licht gestegen van een 6,8 naar een 6,9 en de tevredenheid over de beroepspraktijkvorming is in 2025 stabiel gebleven met een 7,1. In het schooljaar 2024–2025 is het studenttevredenheidsonderzoek Studiecheck uitgevoerd. Het algemene rapportcijfer voor de instelling blijft stabiel op 6,9. Met de introductie van de Studiecheck is de focus van het onderzoek verlegd van een meting van algemene tevredenheid naar een format dat inzichten moet geven in de studentbeleving. Studenten zijn het meest tevreden over: sfeer & veiligheid, BPV en docenten. Dit zijn thema’s die zij ook als belangrijk ervaren. Aan de onderkant scoren communicatie en inhoud van de lessen lager, terwijl deze juist sterk meewegen in het rapportcijfer dat studenten aan hun opleiding geven. Met deze inzichten proberen we ons onderwijs verder te ontwikkelen om te blijven aansluiten bij de verwachtingen van onze studenten.

In 2025 heeft er ook een verdiepende analyse plaatsgevonden naar de relatie tussen de Studiecheck-resultaten, uitval en aanwezigheid. De eerste bevindingen wijzen erop dat met name veiligheid op school en op de stageplek belangrijke factoren zijn die samenhangen met studentaanwezigheid en daarmee met het risico op uitval. Studenten die zich veilig voelen, zijn vaker aanwezig en vallen minder snel uit. Deze inzichten onderstrepen het belang van een veilige leeromgeving als fundament voor studiesucces.

Vanaf oktober 2025 is het onderzoek uitgebreid met de Studiecheck-in. Dit is een onderzoek onder nieuwe studenten dat we afnemen na de eerste 60 dagen op school. Het onderzoek biedt waardevolle inzichten in de vroege ervaringen van studenten, zoals introductieactiviteiten, sociale binding en het eerste contact met docenten. Hierdoor ontstaat een completer beeld van de studentreis en de momenten waarop gerichte ondersteuning het meeste effect heeft. 

Studenten beoordelen hun eerste weken op school gemiddeld met een 7, waarbij de thema’s betrokkenheid en klasgenoten het beste worden beoordeeld. Uit onze Studiecheck blijkt dat 46% van onze studenten positief is over hoe school helpt bij de keuze om na de opleiding verder te studeren of te gaan werken, 40,3% is neutraal en 13,7% is niet tevreden.

Tevredenheid praktijkbegeleiders
In het kader van kwaliteitsverbetering binnen de beroepspraktijkvorming (BPV) is ook in 2025 het BPV-onderzoek onder praktijkbegeleiders uitgevoerd. Praktijkbegeleiders waardeerden de samenwerking rondom de beroepspraktijkvorming (BPV) in 2025 met een rapportcijfer van 7,1, gelijk aan het resultaat in 2024.
Uit het onderzoek blijkt dat vooral de begeleiding van de student door de BPV-begeleider, voldoende contactmomenten tussen school en praktijk, de voorbereiding van de student op de BPV en de deskundigheid van de BPV-begeleider bepalend zijn voor de waardering van praktijkbegeleiders.
Tegelijkertijd scoren enkele van deze onderwerpen relatief laag op positieve beoordelingen (≤65%), met name de begeleiding van de student, het aantal contactmomenten tussen school en praktijk en de voorbereiding van studenten op de BPV. Deze uitkomsten vormen een belangrijk aandachtspunt voor de verdere verbetering van de BPV in 2026.

1 Door te kiezen voor een accountantstelling in plaats van een referentieraming is deze rapportage in lijn gebracht met de financiële verantwoording. Hierdoor wijken de gepresenteerde aantallen af van eerdere jaarverslagen.
2 De mate waarin studentsucces, onderwijsdoelen en kwaliteitsambities in een jaar zijn gerealiseerd.
3 Het percentage van de nieuwe instromers dat één jaar na instroom nog staat ingeschreven bij de instelling óf de instelling in het eerste jaar heeft verlaten met een diploma.
Deel deze pagina op