3.3 Ontwikkelingen begeleiding- en ondersteuning
Bij het ROCvA-F werken we aan inclusief onderwijs, waarin iedere student meetelt, zich veilig voelt en volwaardig kan deelnemen aan het onderwijs. Begeleiding en ondersteuning is zo ingericht dat verschillen tussen studenten worden onderkend en drempels voor deelname, voortgang en studiesucces actief worden weggenomen. Het thema inclusie uit de meerjarenstrategie en de ambities uit de kwaliteitsagenda rond welzijn, veiligheid, begeleiding en gelijkwaardigheid van studenten, vormden hierbij het richtinggevend kader voor de inrichting en doorontwikkeling van begeleiding en ondersteuning. De effecten in dit hoofdstuk laten zien hoe het ROCvA-F in de praktijk werkt aan inclusie en passende ondersteuning voor studenten.
In 2025 hebben we ingezet op training van medewerkers, extra begeleiding en het betrekken van studenten bij het vormgeven van beleid en het organiseren van activiteiten. Zo zijn medewerkers verder getraind in het voeren van schurende gesprekken en bij de start van het schooljaar is extra begeleiding ingezet om te zorgen voor een veilig en positief schoolklimaat. De betrokkenheid van studenten loopt langs verschillende lijnen en op verschillende thema's. In 2025 waren 52 studenten aangesloten bij het &Pride-netwerk. Hoewel actieve deelname nog aandacht vraagt, is hiermee een stevige basis gelegd voor ontmoeting, herkenning en zichtbaarheid. Studenten leverden daarnaast een actieve bijdrage aan de Amsterdam Pride: twee studenten vertegenwoordigden het college bij de kranslegging bij het Homomonument, studenten van PACT+ verzorgden een podiumoptreden tijdens het Pride-festival en acht studenten namen deel aan de Canal Pride op de collegeboot. Deze activiteiten vergroten niet alleen de zichtbaarheid van diversiteit binnen het ROCvA-F, maar versterken ook het eigenaarschap en de maatschappelijke betrokkenheid van studenten. Hiermee wordt inclusie niet alleen beleidsmatig vormgegeven, maar ook zichtbaar en beleefd in de praktijk.
Stagepact
Het Stagepact, waaraan elk college van het ROCvA-F zich committeert, heeft in de jaren 2023-2025 vooruitgang geboekt. Tegelijkertijd stellen wij net als andere mbo-instellingen, dat we rond de afspraken in de kwaliteitsagenda over de BPV (beroepspraktijkvorming) nog veel te doen hebben. We hebben nog geen goed zicht of we voldoen aan de kwantitatieve eisen rond stagebegeleiding. Dat hangt samen met de verschillende systemen waarin dit wordt geregistreerd. We werken aan oplossingen om die op elkaar aan te sluiten. In 2025 is actief gewerkt aan eerlijke en toegankelijke stages door het instellen van een digitaal meldpunt voor stagediscriminatie, dat meldingen ontvangt en doorgeeft aan SBB. In 2025 is er één specifieke melding geregistreerd van stagediscriminatie tijdens een BBL-stage. We werken aan de doorontwikkeling van het proces rond het onderkennen, registeren en adresseren van stagediscriminatie. Er is een handelingskader beschikbaar dat door ongeveer 70% van de coördinatoren wordt gebruikt. Daarnaast is in 2025 een 'Stage Ready'-module ontwikkeld om studenten te wapenen tegen stagediscriminatie en docenten te trainen.
Voor de ondersteuning van stagematching voor studenten zijn er in het schooljaar 2024-2025 pilotprojecten gestart binnen bepaalde opleidingen, zoals in de zorg en de opleiding tot bakker. Deze projecten helpen studenten bij het vinden van een leerbedrijf voor de beroepspraktijkvorming (BPV) in het eerste jaar. We onderzoeken binnen deze pilot stagematching op praktische uitvoerbaarheid en effectiviteit zodat we onderbouwd kunnen besluiten over het breed uitrollen van stagematching.
Daarnaast worden jaarlijks bijeenkomsten georganiseerd voor kennisdeling en ontwikkeling rondom het thema stagediscriminatie, waarbij alle mbo-colleges betrokken zijn. De LECademy heeft in 2023-2024 een scholingsaanbod ontwikkeld om stagediscriminatie te voorkomen voor onderwijsteams en leerbedrijven, dat vanaf 2024-2025 beschikbaar werd. Deze initiatieven dragen bij aan een betere informatie-uitwisseling en een grotere bewustwording van stagediscriminatie binnen de organisatie. In het verlengde van het landelijke Stagepact mbo, zet het ROCvA-F ook in op de lokale Amsterdamse Stagepact MBO. Inmiddels zijn hier al meer dan 100 werkgevers aan verbonden.
Programma Iedereen Binnenboord
In 2025 hebben we voortgebouwd op het organisatiebrede programma Iedereen Binnenboord om studie-uitval te verminderen. Het doel is colleges te ondersteunen vanuit drie samenhangende invalshoeken: persoonlijke begeleiding, het gebruik van data en het afstemmen van het onderwijs op individuele leerbehoeften. Het programma is in 2025 versterkt en doorontwikkeld tot een samenhangende werkwijze bestaande uit drie pijlers: De Meetkamer, Het Lab en Het Podium.
In de kwaliteitsagenda is de ambitie opgenomen dat de beoogde resultaten in 2026–2027 zijn gerealiseerd en dat het programma is overgedragen aan de staande organisatie van de mbo-colleges. In 2025 zijn hiervoor belangrijke stappen gezet. Binnen ‘De Meetkamer’ zijn instrumenten doorontwikkeld en ingezet, waaronder de uitnodigingsregel gericht op vroegtijdige signalering van uitval. Daarnaast is onderzoek gestart naar uitvaltypologieën en de relatie tussen intake en jaarresultaten. In Het LAB werkten zestien opleidingsteams van negen mbo-colleges samen aan het verhogen van presentie. Hiermee is een basis gelegd voor verdere borging van de aanpak binnen de colleges en ligt het programma op koers om de ambitie uit de kwaliteitsagenda te realiseren. In het Iedereen Binnenboord LAB wordt onderzoek gedaan naar oorzaken van schoolafwezigheid. Interventies om schoolaanwezigheid te verhogen worden samen met onderwijsteams en studenten ontwikkeld, uitgetest en onderzocht met impactonderzoek. Resultaten en inzichten worden organisatiebreed gedeeld en waar passend toegepast.
Ook zijn in 2025 organisatiebrede bijeenkomsten georganiseerd ter bevordering van kennisdeling en ontwikkeling rondom het voorkomen van voortijdig schoolverlaten en het vergroten van studiesucces. Een belangrijk moment hierin was het aanwezigheidsfestival, met circa 130 deelnemers. Alle mbo-colleges waren vertegenwoordigd en daarnaast namen ook externe partners deel, waaronder vertegenwoordigers van de gemeente en andere onderwijsinstellingen. Het festival droeg bij aan bewustwording, het delen van actuele onderzoek inzichten en het uitwisselen van goede voorbeelden. Via diverse workshops is actief gewerkt aan de vertaling naar de onderwijspraktijk.
De digitale kennisbank ondersteunt deze aanpak door kennis en opbrengsten structureel toegankelijk te maken. Hierop worden zowel onderzoeksrapportages als resultaten van deelnemende LAB-teams gedeeld. In 2025 zijn het intakeonderzoek (drie domeinen, in samenwerking met UvA-studenten), de analyse van de Studie Check-in in de eerste 60 dagen van de nieuwe lichting studenten en een analyse van uitvaltypes in Lelystad uitgevoerd, inclusief aanbevelingen. Hoewel het voortijdig schoolverlaten licht daalt, blijft het bepalen van de meest effectieve interventies complex. Verdere versterking van monitoring en impactonderzoek, met specifieke aandacht voor studenten uit gebieden met een lage sociaaleconomische status, is nodig om de ingezette aanpak duurzaam te verankeren.
Hiermee leggen we een stevige basis voor kennisdeling binnen de hele organisatie. Verdere verbreding en bestendiging van deelname blijft nodig om deze inzet volledig te verankeren.
In de kwaliteitsagenda hadden we ook vastgelegd dat we in het schooljaar 2024-2025 het scholingsaanbod voor docenten en begeleiders op het gebied van pedagogisch-didactisch handelen, coaching en begeleiding van studenten beschikbaar zou komen dat we in voorgaande jaren hadden doorontwikkeld. In 2025 zijn binnen de LECademy diverse trainingen aangeboden, gericht op preventie van uitval, pedagogisch-didactisch handelen en coaching en begeleiding van studenten. We werken daarnaast continu aan verdere doorontwikkeling. Daarbij maken we gebruik van actuele onderzoeksinzichten en ervaringen uit de praktijk. Hiermee zijn de ambities uit de kwaliteitsagenda rond deze doelstelling behaald.
Studentenondersteuning
Een goede begeleiding is essentieel voor het studiesucces en toekomstperspectief van studenten. Onze Loopbaanexpertisecentra (LEC’s) signaleren dat de problematiek van de studenten toeneemt, en dat begeleiding steeds vaker gericht is op mentale gezondheid en loopbaanadvies. Studenten kampen met problemen zoals eenzaamheid, depressies, angst of moeilijke thuissituaties.
Door tekorten binnen de GGZ wordt hulp zoveel mogelijk binnen de school georganiseerd en zorgen we voor een goede ketensamenwerking. Onderwijsteams worden geschoold in het herkennen van signalen. Budgetcoaches zijn aangesteld om studenten met betalingsproblemen te ondersteunen. Studentenraden en LEC’s organiseren jaarlijks themaweken over mentale gezondheid. Dit jaar is er een nieuwe aanbesteding geweest voor het mbo-jeugdteam om ziekteverzuim en uitval onder studenten te verminderen en hen te ondersteunen in hun zelfstandig- en zelfredzaamheid. In het schooljaar 2024-2025 heeft het mbo-jeugdteam 2580 studenten ondersteund, met een waardering van 8,3, dit is een lichte stijging ten opzichte van 2024.
Binnen de drie regionale samenwerkingsverbanden zijn plannen uitgewerkt voor ‘de Regeling regionaal programma en Doorstroompuntfunctie 2026–2029’. Deze regeling bouwt voort op de eerdere vsv-regeling (2020–2024) en werkt de Wet van school naar duurzaam werk verder uit in concrete afspraken, verantwoordelijkheden en financiering. Dit verplicht ons, samen met onze partners (Doorstroompunt en Gemeente), om jongeren beter te ondersteunen bij hun weg naar een diploma en duurzaam werk. In 2025 zijn op elk college jongerenwerkers gestart die laagdrempelige ondersteuning bieden aan studenten en bijdragen aan het eerder signaleren van hulp- en ondersteuningsvragen.
MBO Studentenfonds
Het MBO Studentenfonds is in 2025 ingezet om studenten te ondersteunen (zie bijlage 2D voor de specifieke bestedingen). Vanuit de Centrale Studentenraad is aangegeven dat er nog verbeterpunten zijn in de vindbaarheid voor studenten en in ondersteuning bij aanvragen. Het fonds is daarom nadrukkelijker gekoppeld aan financiële educatie en ondersteuning. Samen met studentenvertegenwoordiging en uitvoerende teams wordt gewerkt aan vereenvoudiging van processen en betere communicatie, zodat het fonds effectiever bijdraagt aan kansengelijkheid.
Financiële inclusie
Vanuit de overtuiging dat inclusie bijdraagt aan kansengelijkheid, welzijn en studiesucces, hebben we in 2025 structureel meer gecommuniceerd over sociale veiligheid en (financiële) inclusie binnen het ROCvA-F. Zo worden nieuwe medewerkers al bij hun onboarding geïnformeerd over ons inclusie- en diversiteitsbeleid. Het uitgangspunt is dat financiële omstandigheden geen belemmering mogen vormen voor deelname, voortgang en studiesucces van studenten. In 2025 is ingezet op het versterken van samenhang tussen initiatieven rondom financiële inclusie, financiële educatie, leermiddelen en het MBO Studentenfonds. Verder zijn in 2025 bestaande initiatieven met elkaar verbonden, waaronder pilots over financiële educatie op meerdere locaties gericht op het versterken van financiële vaardigheden van studenten. Deze pilots zijn opgezet met het oog op opschaling naar andere colleges.
Bij financiële educatie lag de focus niet alleen op kennisoverdracht, maar ook op praktische toepasbaarheid: studenten leren omgaan met geld in hun eigen context. Door financiële educatie expliciet te verbinden aan bestaande ondersteuningsstructuren, zoals het MBO Studentenfonds en de inzet van budgetcoaches, ontstaat een samenhangende aanpak die zowel preventief als ondersteunend werkt.
Pluscoaches
Het ROCvA-F werkt binnen drie regionale samenwerkingsverbanden intensief samen met gemeenten, het Doorstroompunt, vo-scholen en mbo-instellingen om studenten te ondersteunen bij het behalen van een diploma en een succesvolle stap naar werk. In 2025 hebben we drie nieuwe regionale meerjarenplannen ontwikkeld voor de regio’s Flevoland, Gooi en Vechtstreek en Amsterdam-Diemen. Deze worden vanaf 1 januari 2026 uitgevoerd. De middelen die hiervoor in onze mbo-colleges beschikbaar zijn, worden voor een groot deel ingezet voor extra individuele begeleiding via pluscoaching. Onze pluscoaches spelen een cruciale rol bij het ontwikkelen van leervaardigheden en het stimuleren van studiemotivatie. Pluscoaching fungeert als een laagdrempelig voorportaal dat gericht is op het voorkomen van zwaardere problematiek.
De oplossingsgerichte coaching werd door onze studenten in 2025 gemiddeld met een 8,8 beoordeeld, wat een flinke stijging is ten opzichte van 2024. De plusvoorziening blijft een waardevol instrument om onze kwetsbare en overbelaste studenten verder te helpen in hun opleiding. Dit blijkt duidelijk uit de cijfers: in 2025 maakten 2029 studenten gebruik van een pluscoach, wat een daling laat zien ten opzichte van 2024. Dit komt door de onvolledige registratie en het verloop van coaches.
Passend onderwijs
Passend onderwijs is essentieel voor het realiseren van inclusief onderwijs. Elke student met een ondersteuningsbehoefte ontvangt ondersteuning om de opleiding succesvol te kunnen volgen en af te ronden. Voorafgaand aan de start van de opleiding geven we duidelijkheid over de beschikbare ondersteuningsmogelijkheden, waarmee de student akkoord gaat. Samen met de student stellen de mentor, de zorgcoördinator en LEC-experts een passend ondersteuningsplan op. De ondersteuning wordt zoveel mogelijk in de klas verleend.
Op elk mbo-college is een breed ondersteuningsaanbod beschikbaar, centraal gecoördineerd door het LEC. Het LEC beheert het budget voor passend onderwijs, kent specialistische ondersteuning toe en adviseert onderwijsteams. De ondersteuning wordt hoofdzakelijk verzorgd door interne specialisten en aangevuld met extern expertise indien nodig. Het ondersteuningsprofiel van elke opleiding is altijd opvraagbaar. De focus van de ondersteuning is verbreed naar begeleiding van zowel studenten als docenten en mentoren. Naast klasondersteuning biedt het LEC-trainingen aan, zoals faalangstreductie voor studenten en differentiëren in de lespraktijk voor docenten.
Het Expertisecentrum Passend Onderwijs (ExPO) richt zich op beleidsontwikkeling en -advies voor passend onderwijs, BPV, aangepaste toetsing en examinering, en de overgang van speciaal onderwijs naar mbo. ExPO ondersteunt en adviseert studenten, LEC’s, TEC’s, opleidingen, toeleverende scholen en andere medewerkers van ROCvA-F.
In 2025 heeft ExPO in het Samenwerkingsverband VO Amsterdam-Diemen verder gewerkt aan de overgang van vso naar mbo. Waardevolle inzichten en ideeën voor loopbaanoriëntatie en overgangsbegeleiding werden in 2025 doorontwikkeld in het project ‘Kansrijke leerroute en de bijbehorende infrastructuur’ Uit het project Kansrijke leerroute blijkt dat studenten afkomstig uit het vso aantoonbaar minder studiesucces behalen dan studenten zonder vso-achtergrond. Dit vraagt om gerichte versterking van de overstap naar het mbo. Daarom wordt ingezet op een verbeterde warme overdracht, versterking van LOB met aandacht voor mbo-vaardigheden en zelfredzaamheid, en intensievere samenwerking tussen vso en mbo. Deze aanpak krijgt vorm via een kansrijke VSO/ROC-route binnen MBO op Maat, met extra begeleiding voor studenten met multiproblematiek, en een organisatiebrede versterking van de overstapinfrastructuur. Hiermee werken we aan een duurzame en inclusieve overgang voor vso-studenten. In 2026 wordt dit project verder uitgerold.
In 2025 is het handboek passende examinering herzien. In dit kader wordt momenteel onderzoek gedaan naar de kwaliteit van BPV-ondersteuning, gericht op verbetering en noodzakelijke randvoorwaarden. Dit onderzoek is cruciaal voor studenten, vooral voor degenen met extra ondersteuningsbehoeften. Tot slot is er een traject gestart om de samenwerking tussen JJI’s en het mbo te versterken, met als doel meer jongeren en jongvolwassenen een passend mbo-diploma te laten behalen.
De effecten van onze inspanningen op inclusie worden steeds zichtbaarder. Lesmateriaal en HR-beleid zijn inclusiever geworden, gebouwen en digitale omgevingen beter toegankelijk en medewerkers nemen vaker verantwoordelijkheid voor sociale veiligheid. Studenten weten beter waar zij terechtkunnen bij ongewenst gedrag of stagediscriminatie en ervaren vaker een positieve stage-ervaring.