Bijlage 9 Strategische risico's 2026
Voor 2026 zijn de onderstaande risico’s en beheersingsmaatregelen gedefinieerd.
|
Ontwikkeling (Strategisch risico) |
Maatregelen (hoe anticiperen we hierop) |
|---|---|
|
Cybersecurity, informatiebeveiliging en privacy |
Maatregelen: |
|
(Kans: hoog, Impact: hoog) |
De organisatie zet structureel in op het versterken van de digitale weerbaarheid door het doorvoeren van technische en organisatorische maatregelen, waaronder verscherpte toegangsbeveiliging, monitoring van netwerkverkeer, periodieke updates van systemen en het uitvoeren van risicoanalyses en audits. Daarnaast wordt een bewustwordingsprogramma ingericht in de vorm van e-learnings om medewerkers te ondersteunen in veilig digitaal handelen. Naast preventie richt de organisatie zich op het vermogen om incidenten tijdig te detecteren en adequaat te reageren. Het ROCvA-F werkt aan Business Continuity Management IT (BCM IT) om kritieke processen te kunnen voortzetten als primaire systemen niet beschikbaar zijn. Een belangrijk aandachtspunt is de personele capaciteit. Om een robuust cybersecurity- en informatiebeveiligingsniveau te waarborgen, is voldoende expertise — zowel kwantitatief als kwalitatief — noodzakelijk. De organisatie investeert daarom in specialistische rollen, opleiding en continue professionalisering. |
|
Context: |
|
|
Cybersecurity, informatiebeveiliging en privacy zijn cruciaal vanwege de toenemende afhankelijkheid van digitale systemen, online gegevensuitwisseling en externe leveranciers. De digitalisering van het onderwijs maakt systemen kwetsbaar voor cyberaanvallen, datalekken en ransomware, waardoor continuïteit van het onderwijs en de bedrijfsvoering onder druk kunnen komen te staan. Tegelijkertijd neemt de hoeveelheid gevoelige data toe. De maatschappelijke aandacht voor privacy en dataveiligheid wordt groter, waardoor incidenten sneller publieke en politieke consequenties krijgen. Daarnaast is de afhankelijkheid van enkele leveranciers (waaronder die van clouddiensten) groot. Het voortdurend veranderende dreigingsbeeld vraagt om wendbaarheid, preventie, proactieve monitoring alsook snelle herstelmogelijkheden (recovery). |
|
|
Risico en impact |
|
|
Belangrijke risico’s zijn ransomware-aanvallen, datalekken, systeemuitval, ongeautoriseerde toegang en afhankelijkheid van leveranciers. Dergelijke incidenten hebben grote impact op het onderwijs, bijvoorbeeld doordat digitale leeromgevingen, roosters of toetsplatforms (tijdelijk) niet beschikbaar zijn. Daarnaast heeft dit impact op de continuïteit van de organisatie wanneer kernprocessen zoals inschrijvingen, onderwijsadministratie en communicatie stilvallen. Financiële schade ontstaat door herstelkosten, inkoop externe expertise, vervangende systemen en mogelijke boetes voor AVG‑overtredingen. Naast persoonlijke schade kan reputatieschade optreden wanneer persoonsgegevens van studenten, leerlingen of medewerkers op straat komen te liggen. Dit tast naast het vertrouwen van studenten ook de positie van de organisatie aan. |
|
|
Artificial Intelligence (AI) |
Maatregelen: |
|
(Kans: hoog, Impact: hoog) |
Instellingsbreed is het Programma Integraal AI opgestart. Doel van het programma is om een integraal AI-beleid te ontwikkelen, het opzetten van een ondersteuningsstructuur om AI ethisch en effectief in te zetten en als middel te gebruiken om de onderwijswijskwaliteit en de efficiency van de organisatie te verbeteren. |
|
Context: |
|
|
De opkomst van kunstmatige intelligentie heeft grote invloed op de wijze waarop onderwijs en onderwijsconcepten worden vormgegeven en georganiseerd. Studenten maken in toenemende mate gebruik van AI-hulpmiddelen en het past bij onze opdracht om studenten hierin op te leiden. Tegelijkertijd roept twijfel over de authenticiteit van werk fundamentele vragen op rondom de wijze van examinering en de validiteit van diploma’s. Daarnaast brengt het gebruik van AI-vraagstukken met zich mee voor curricula, onderwijsconcepten en de benodigde vaardigheden van studenten en docenten. Aan de andere kant is AI van waarde voor de organisatie en vraagt dit om duidelijke kaders en governance. AI-systemen kunnen bias bevatten, brengen juridische en ethische vraagstukken en verplichtingen met zich mee, zoals AVG en AI Act en stellen eisen aan gegevensverwerking en transparantie. Dit vraagt meer van onze datakwaliteit en de inrichting van een integraal dataplaform. Zonder duidelijke visie, governance en kaders kan AI leiden tot versnippering en onbedoeld of ongewenst gebruik door studenten en medewerkers. |
|
|
Risico’s en impact: |
|
|
Het gebruik van AI brengt risico’s met zich mee op het gebied van onderwijs en voor studenten. Voorbeelden hiervan zijn ongewenste effecten op de leerprestaties, kansenongelijkheid door onvoldoende kennis bij gebruik door studenten alsook desinformatie van AI. Dit heeft vervolgens impact op de onderwijskwaliteit en de reputatie. Er zijn risico’s voor de organisatie als geheel; o.a. gebrek aan wendbaarheid, niet voldoen aan wet- en regelgeving en contracten met partijen die verhoogde AI-risico’s met zich meebrengen. Dit heeft impact op de continuïteit alsook de financiën van onze organisatie. |
|
|
Kwaliteitscultuur, beleidskaders, leiderschap en sturing |
Maatregelen: |
|
(Kans: midden, Impact midden) |
Kwaliteitscultuur en Leiderschap zijn als strategische thema’s opgenomen in de MJS. Organisatieonderdelen hebben hiervoor plannen opgesteld. Daarnaast loopt een aantal organisatiebrede projecten en programma’s die geïntegreerd worden in het programma ‘Optimalisatie Dienstverlening Onderwijs’. Voorbeelden hiervan zijn: (de uitkomsten van) Beleids- en proceseigenaarschap, Collectieve vraagstukken en de rol COB, uitkomsten ICT Beleidsprincipes, Optimalisatie informatievoorziening en overlegstructuur. Ook worden bestaande organisatorische vraagstukken (zoals o.a. positionering Onderwijs/ICT-vernieuwing, CTL, Optimalisatie en kwaliteitsverbetering Dienst Huisvesting) in dit programma meegenomen en structureel opgelost. Met het programma Optimalisatie Dienstverlening Onderwijs wordt beoogd de slagkracht van het ROCvA-F en VOvA te vergroten, zodat colleges en scholen meer focus kunnen leggen op het verzorgen van kwalitatief goed onderwijs. Dit vraagt ook om verbeterde strategische, tactische en operationele ondersteuning door de Centrale Diensten. |
|
Context: |
|
|
De afgelopen jaren werken we binnen het ROCvA-F steeds intensiever samen met goede resultaten. Tegelijkertijd leidt deze organisatiebrede samenwerking ook tot vraagstukken. We hebben vaak geen heldere afspraken over het eigenaarschap van organisatiebreed beleid en wat dit eigenaarschap precies inhoudt. Er is grote behoefte om processen binnen het ROCvA-F helder te organiseren, waardoor we onder meer beter kunnen inspelen op veranderingen en daarmee het onderwijs professioneler kunnen faciliteren. Deze ontwikkelingen vragen om een eenduidige kwaliteitscultuur. Het is belangrijk dat wij uitdragen wat onze beleidskaders zijn, hoe wij hier invulling aangeven, welk leiderschap en sturing wij nastreven en wat medewerkers hierin kunnen verwachten. Wanneer deze duidelijkheid ontbreekt, ontstaan verschillen in interpretatie en uitvoering. Hierdoor raakt kwaliteitsborging versnipperd en kan de onderwijskwaliteit als inconsistent worden ervaren. De kwaliteitscultuur kan hierdoor onder druk komen te staan, wordt niet overal gelijkwaardig doorleefd of kan leiden tot minder richting en houvast. Eenduidigheid is noodzakelijk om de gewenste kwaliteit en kwaliteitscultuur te krijgen en te behouden. |
|
|
Risico’s en impact |
|
|
Het risico bestaat dat verwachtingen met betrekking tot beleidskaders (en het handelen daarnaar), leiderschap en sturing niet altijd in overeenstemming zijn in de dagelijkse praktijk. Dit heeft impact op de onderwijskwaliteit en de continuïteit, omdat sturing en leiderschap inconsistent worden toegepast. Daarmee kan besluitvorming en verbetercycli vertragen. Daarnaast bestaat het risico dat er inefficiënties in beleid en processen ontstaan door herstelacties, extra ondersteuningstrajecten of het moeten bijsturen van beleid en processen die niet uniform zijn uitgevoerd. Dit heeft financiële impact. Tenslotte kan reputatieschade optreden wanneer stakeholders ervaren dat de organisatie geen duidelijke en stabiele kwaliteitsstandaard hanteert. |
|
|
Vitaliteit, ziekteverzuim, en krapte op de arbeidsmarkt |
Maatregelen: |
|
(Kans: midden, Impact: midden) |
Enerzijds wordt gestuurd op het bevorderen van vitaliteit en anderzijds op het beheersen, voorkomen en terugdringen van het verzuim. Wat betreft het bevorderen van vitaliteit zetten wij overkoepelend in op activatie van ons vitaliteitsplatform Happy@Work, op het frequent voeren van Het Goede Gesprek met elkaar en op het stimuleren van groei en ontwikkeling. Daarnaast stimuleren wij initiatieven zoals het vitaliteitsprogramma op MBOC-West en delen wij dit soort best practices graag. Wat betreft het beheersen, voorkomen en terugdringen van verzuim hebben wij de afgelopen jaren, samen met onze arbodienstverlener, een stevig curriculum ontwikkeld, gebaseerd op ons Eigen regie model. Middels expert-workshops worden onze leidinggevenden en HR-teams extra getraind in het herkennen van signalen van werkdruk, stress of vermoeidheid, in het voeren van verzuimgesprekken en het actief beheren van verzuimdossiers met aandacht voor samenwerking met de arbodienstverlener en compassie met de zieke medewerkers. Ook is extra expertise ingehuurd bij de arbodienstverlener in de vorm van verzuimexperts, die helpen met het adresseren van complexe verzuim casuïstiek of het maken van lokaal verzuimbeleid (bijvoorbeeld verzuimprotocollen). Tot slot is onze interne sturing op verzuim geïntensiveerd (via de Q-verantwoordingscyclus) en wordt deze ondersteund door goede managementinformatie. |
|
Context: |
|
|
Vitale en capabele alsook voldoende medewerkers zijn cruciaal voor onze organisatie. Wanneer verzuim hoog is en/of vacatures langdurig openstaan, neemt de druk op bestaande teams toe en groeit het risico op verdere uitval door werkdruk of verminderde motivatie. De schaarste op de arbeidsmarkt maakt het moeilijk om personeel met de juiste expertise aan te trekken, waardoor kwaliteit en innovatiekracht onder druk komen te staan. Bovendien beïnvloedt verminderde vitaliteit het werkplezier, de cultuur en de aantrekkelijkheid van de organisatie voor de medewerkers en nieuw talent. Voor het onderwijs betekent dit dat studenten vaker te maken krijgen met wisselingen, lesuitval of beperktere begeleiding. Dit tast de betrouwbaarheid en beleving van het onderwijs aan en kan leiden tot lagere prestaties en tevredenheid. Sturing op vitaliteit en (strategische) personeelsplanning is cruciaal. Het ROCvA-F werkt aan duurzame inzetbaarheid van medewerkers, die met plezier en energie aan het werk zijn. |
|
|
Risico’s en impact: |
|
|
Risico’s zijn oplopende uitval door werkdruk, verminderende motivatie, dalende duurzame inzetbaarheid, structurele onderbezetting en vertrek van ervaren medewerkers. Deze risico’s hebben impact op het onderwijs door instabiliteit in lessen, minder continuïteit in begeleiding en afname van onderwijskwaliteit. Het risico op een tekort aan gekwalificeerde medewerkers kan leiden tot vertraging in de ontwikkeling van onderwijsinnovatie. Dit heeft impact op de continuïteit van onze organisatie. |
|
|
Verschil benodigde en aanwezige competenties bij medewerkers . |
Maatregelen: |
|
(Kans: midden, Impact: midden) |
Focus op belangrijke vaardigheden zoals digitalisering, AI-vaardigheden, communicatieve vaardigheden en vaardigheden op gebied van samenwerken. Het ontwikkelen van deze vaardigheden verankeren in professionaliseringsprogramma’s, in onze scholingsplannen, in onze strategische personeelsontwikkeling (via team review), in het goede gesprek, en in onze leerplatformen zoals RocWISE en CTL. |
|
Context: |
|
|
Onze opdracht is om onderwijs te bieden dat studenten, leerlingen en deelnemers uitdaagt zich te ontwikkelen tot gewaardeerde vakmensen, actieve burgers en succesvolle studenten. De arbeidsmarkt en de samenleving veranderen snel, mede aangedreven door technologische verandering (digitalisering en AI). Beroepen waarvoor wij opleiden veranderen in hoog tempo mee. De manier waarop we leren, lesgeven en examineren moet mee veranderen. Deze ontwikkelingen vragen om professionals die zich voortdurend blijven ontwikkelen en aanpassen. |
|
|
Risico’s en impact: |
|
|
Risico’s ontstaan als de vaardigheden van medewerkers onvoldoende aansluiten op de veranderende eisen in het onderwijs en de bedrijfsvoering. Dat kan er namelijk toe leiden dat de kwaliteit en innovatie van het onderwijs onder druk komt te staan. Het onderwijs wordt minder slagvaardig bij het doorvoeren van curriculumvernieuwingen en het inspelen op maatschappelijke en arbeidsmarktontwikkelingen. Dit heeft impact op zowel de onderwijskwaliteit als de continuïteit. |
|
|
Herziening bekostiging en krimp aantal studenten |
Maatregelen: |
|
(Kans: hoog, Impact: midden) |
De ontwikkelingen ten aanzien van de bekostiging worden nauwgezet gevolgd evenals de voorziene krimp als gevolg van demografische ontwikkelingen. Continue monitoring van studentenaantallen vindt plaats. |
|
Context: |
|
|
De combinatie van dalende studentenaantallen en de (mogelijke) herziening van de mbo‑bekostiging raakt de stabiliteit en ontwikkelkracht van onderwijsorganisaties. Door demografische krimp daalt het landelijk aantal mbo‑studenten. Tegelijkertijd werkt de overheid aan een nieuw bekostigingsmodel. Onderwijsinstellingen moeten anticiperen op veranderende financiële stromen en mogelijke herstructurering van het opleidingsaanbod. Politieke keuzes over bekostiging en toegankelijkheid van opleidingen hebben daarmee directe invloed op strategische planning, portfoliobeslissingen en regionale samenwerking. |
|
|
Risico’s en impact: |
|
|
De belangrijkste risico’s zijn een afname van het opleidingsaanbod, verminderde toegankelijkheid en het wegvallen van cruciale opleidingen in regio’s met sterke krimp. Dit heeft impact op de onderwijskwaliteit en continuïteit. Ook heeft deze ontwikkeling financiële impact, omdat daling van studentenaantallen gevolgen heeft voor de bekostiging. Een mogelijke herziening van de bekostiging brengt extra onzekerheid over de financiële consequenties met zich mee. Dit vraagt dan om tijdige sturing in het personeelsbestand. Tenslotte heeft het impact op de reputatie, wanneer opleidingen moeten sluiten, minder aantrekkelijk worden voor studenten of zichtbaar moeite hebben om regionale functies te vervullen. Op het moment dat cruciale sectoren zoals zorg, techniek of veiligheid minder instroom krijgen, kan dat de maatschappelijke waardering en relevantie van een instelling verminderen. |
|
|
Sociale veiligheid |
Maatregelen: |
|
(Kans: hoog, Impact: hoog) |
ROCvA-F heeft op verschillende terreinen al aanzienlijke stappen gezet om de sociale veiligheid te versterken. Zo wordt breed ingezet op het bevorderen van sociale veiligheid, onder andere via burgerschapsonderwijs, de versterking van de positie van veiligheidscoördinatoren, ondersteuning van het welzijn van studenten binnen het LEC, veiligheidstrainingen voor professionals, meldpunten en het hanteren van duidelijke protocollen. |
|
Context: Sociale veiligheid is een complex en veelzijdig vraagstuk. Het ROCvA-F streeft naar een omgeving waarin studenten, leerlingen en medewerkers optimaal kunnen leren, werken en zich ontplooien. In het huidige maatschappelijke klimaat van polarisatie en oplopende spanningen worden incidenten binnen en rondom het onderwijs steeds frequenter, wat direct invloed heeft op het gevoel van veiligheid in de school. Wanneer discriminatie, intimidatie, grensoverschrijdend gedrag, ondermijning of online bedreigingen onvoldoende gesignaleerd of aangepakt worden, ontstaat een klimaat dat het leer- en werkvermogen negatief beïnvloedt. Studenten en leerlingen ervaren dan een verminderd gevoel van sociale veiligheid met als gevolg lagere participatie en motivatie. Medewerkers ervaren onder druk van maatschappelijke discussies en toenemende incidenten meer emotionele belasting. Signalen worden niet altijd tijdig opgepikt of gemeld, waardoor het aantal incidenten toeneemt. De dynamiek van maatschappelijke spanningen verandert snel, wat betekent dat risico’s zich sneller kunnen ontwikkelen en moeilijker voorspelbaar zijn. Het is daarom van belang om voortdurend alert te zijn op zowel interne als externe factoren die de sociale veiligheid binnen onze onderwijsinstellingen kunnen beïnvloeden. |
Het is nu zaak om bovenstaande verder te verduurzamen en een goede overzichtelijke structuur op te zetten door middel van een sociaal (integraal) veiligheidsprogramma met aandacht voor onderstaande aspecten: |
|
Risico’s en impact: |
|
|
Gebrek aan sociale veiligheid kan het welzijn van studenten, leerlingen en medewerkers negatief beïnvloeden. Daarbij bestaat het risico dat incidenten een nadelige impact hebben op zowel het leerproces als de leerresultaten. De kans op personeelsuitval neemt toe wanneer medewerkers worden geconfronteerd met agressie, grensoverschrijdend gedrag of complexe maatschappelijke vraagstukken. Bovendien kan reputatieschade aanzienlijk zijn, indien incidenten breed worden uitgemeten via media of sociale netwerken. Toezichthouders binnen de onderwijsinstelling kunnen ingrijpen wanneer sociale veiligheid structureel onvoldoende is gewaarborgd. Deze risico’s kunnen de onderwijskwaliteit, continuïteit en reputatie van de organisatie aanzienlijk beïnvloeden. |
|
|
Verzuim en vroegtijdige schoolverlating |
Maatregelen: |
|
(Kans: laag, Impact: midden) |
Budget is beschikbaar gesteld voor een meerjarige aanpak. Deze aanpak volgt de programmalijnen ‘Verhogen van presentie van studenten’, ‘Quick win interventies’ en ‘(preventieve) aanpak risico-opleidingen en risicoteams’. De aanpak heeft ook in 2025 al geleid tot een aanzienlijke verbetering van de onderwijsrendementen. |
|
Context: |
|
|
Onderwijsrendement staat onder druk wanneer minder studenten diplomeren of uitstromen zonder startkwalificatie. De lage presentiegraad/verzuim wordt genoemd als een belangrijke oorzaak van uitval. Dit betekent dat meer ondersteuning, maatwerk en begeleiding nodig is, terwijl capaciteit en expertise niet altijd toereikend is. Maatschappelijke ontwikkelingen zoals toenemende mentale druk onder jongeren, groeiende sociaaleconomische verschillen en complexe thuissituaties zorgen voor een dalende veerkracht en concentratie van studenten, wat het behalen van diploma’s bemoeilijkt. Daarnaast kan de motivatie van medewerkers afnemen als zij structureel geconfronteerd worden met hogere zorglast en complexe casuïstiek. |
|
|
Risico’s en impact: |
|
|
De ongediplomeerde uitval van studenten is een belangrijke indicator voor de ontwikkelingen van het onderwijsrendement. Het risico is dat studenten onvoldoende toegerust zijn op de toekomst. Een dalend onderwijsrendement brengt het risico met zich mee dat opleidingen minder goed kunnen voldoen aan kwaliteitseisen, wanneer te veel studenten uitvallen of vertragen. Om dit het hoofd te bieden is meer tijd en zijn meer middelen nodig om deze studenten te ondersteunen. Dit kan impact hebben op de onderwijskwaliteit, Daarnaast heeft dit ook financiële impact, omdat dit resulteert in lagere bekostiging. Diplomarendement en doorstroomindicatoren worden meegenomen in beleidsafwegingen. |
|
|
Externe inhuur |
Maatregelen: |
|
(Kans: laag, Impact: midden) |
In 2025 is overkoepelend beleid op de inhuur van externe medewerkers ontwikkeld en vastgesteld door RvB. In de uitvoering van dat beleid speelt de centrale inhuurdesk (FlexPlein) een belangrijke coördinerende rol en is een belangrijke rol weggelegd voor een nieuwe broker (Haert) op de inhuur van ZZP’ers. Dit nieuwe beleid is per 1 augustus 2025 ingevoerd en na een overgangsperiode dienen vanaf 1 januari 2026 alle ingehuurde externen (ZZP’ers) via de broker en FlexPlein te worden ingehuurd. Daarmee is het proces gestandaardiseerd (1 proces voor alle colleges en diensten), efficiënter gemaakt en bovendien is de externe inhuur op deze wijze compliant met wet- en regelgeving georganiseerd. Eventuele (rest)risico’s worden op deze wijze met meer regie en sturing instellingsbreed beheerst. |
|
Context: |
|
|
Wij maken veelvuldig gebruik van externe inhuur, zowel ten behoeve van het onderwijs alsook de bedrijfsvoering. Een deel van de inhuur bestaat uit ZZP’ers. De inzet van ZZP’ers is gebonden aan de wet DBA. Deze wet wordt de laatste jaren stringenter bezien en toegepast. Het niet voldoen aan de wet DBA heeft fiscale en arbeidsrechtelijke consequenties. |
|
|
Risico’s en impact: |
|
|
Bij de inzet van onrechtmatige externe inhuur bestaat het risico op hoge kosten door naheffingen en/of boetes. Daarnaast kan het arbeidsrechtelijke consequenties hebben, wanneer de Belastingdienst van mening is dat bij de inzet van een ZZP’er sprake is van een fictief loondienstverband. Het risico bestaat dat ZZP’ers dan alsnog aanspraak maken op een loondienstverband. Daarmee heeft dit financiële impact. Tot slot kan het leiden tot reputatieschade bij de Belastingdienst waarmee het convenant Horizontaal Toezicht is afgesloten. |
|
|
Aansluiting arbeidsmarkt met opleidingsaanbod |
Maatregelen |
|
(Kans: laag, Impact: midden) |
Aansluiting met de arbeidsmarkt en het werkveld is één van onze kernthema’s. Het strategisch thema sociale innovatie is hierbij richtinggevend. Samenwerkingsvormen tussen bedrijfsleven, overheid en het ROCvA-F zijn gestart en er zijn flexibele en hybride onderwijsvormen ontwikkeld, die nauwer aansluiten bij de behoeften van studenten en bedrijfsleven. Daarnaast worden, vanuit de kwaliteitsagenda (doelstelling ‘inzet op regionale tekortsectoren’), diverse activiteiten ontwikkeld en wordt gestuurd op de afspraken vanuit het Stagepact (doelstelling: ‘tegengaan stagediscriminatie met behulp van stagepact’). Verder wordt het programma Versterken externe oriëntatie ingericht. Doel van het programma is om het ROCvA-F stevig te positioneren. Dit doen we door versterking van de externe oriëntatie en een stelselmatige verankering van een integrale stakeholderbenadering (pro actieve houding naar onze stakeholders in het werkveld). |
|
Context: |
|
|
De arbeidsmarkt vraagt steeds nadrukkelijker om snelle, aantoonbare inzetbaarheid. Nieuwe technologie, energietransitie en vergrijzing zorgen ervoor dat beroepen sneller veranderen en dat tekorten in zorg, techniek, ICT en defensie structureel worden. Daardoor ontstaat voor het MBO het strategische risico dat het opleidingsaanbod en curriculum achterloopt op wat de arbeidsmarkt vraagt van (toekomstige) werknemers. In het coalitieakkoord wordt daarop ingezet met extra investeringen in onderwijs en een expliciete positionering van het MBO als motor van de regionale economie. Concreet ligt de nadruk op het versterken van praktijkleren, het aantrekkelijker maken van opleidingen en het verlagen van financiële drempels via o.a. een wettelijke stagevergoeding en betere ondersteuning van studenten. Daarnaast wordt de kwaliteitslat hoger gelegd door steviger toezicht, wat instellingen prikkelt om onderwijs sneller te verbeteren, maar ook de druk op organisatie en teams verhoogt. De maatschappelijke opgave van het MBO is tweeledig: kansengelijkheid en vakmanschap leveren voor studenten én tegelijk arbeidsmarkttekorten terugdringen door het opzetten van regionale samenwerking met bedrijven en publieke sector. Dat vraagt om wendbare onderwijslogistiek, kwalitatief goede stages en docenten/hybride professionals die nieuwe kennis direct in het onderwijs brengen. |
|
|
Risico’s en impact: |
|
|
Door de groeiende vraag naar vakmensen en dalende studentenaantallen ontstaat het risico dat opleidingen onvoldoende afgestudeerden leveren. Reputatierisico’s ontstaan wanneer studenten en bedrijven het mbo ervaren als onvoldoende in staat om aansluiting te vinden bij de arbeidsmarkt. Dit kan het vertrouwen van regionale partners en toekomstige instromers verminderen. |