4.2 Onderwijsresultaten
In lijn met het beleid van de Inspectie van het Onderwijs, beoordeelt het VOvA de onderwijskwaliteit aan de hand van vier indicatoren:
Onderwijspositie: In hoeverre zitten leerlingen in leerjaar 3 op het niveau dat bij hun basisschooladvies past;
Onderbouwsnelheid: Het percentage leerlingen dat leerjaar 1 en 2 zonder vertraging doorloopt;
Bovenbouwsucces: Het percentage leerlingen dat vanaf leerjaar 3 zonder vertraging doorgaat per afdeling;
Examencijfers: Het gemiddelde cijfer van het Centraal Examen per afdeling.
De onderwijsresultaten van 2024–2025 laten zien dat VOvA breed voldoet aan de inspectienorm. De risico’s zijn beperkt en geconcentreerd in afdelingen met kleine cohorten. De ingezette verbeterplannen en kwaliteitszorgcyclus bieden afdoende resultaten.
‘De onderwijspositie van de meeste scholen scoort boven de norm’. Alleen bij het Hyperion Lyceum ligt de onderwijspositie iets onder de norm. Omdat deze school relatief weinig leerlingen laat instromen met een lager advies staat de onderwijspositie onderdruk. Doordat er een structureel laag aantal leerlingen is dat afstroomt naar een lager onderwijsniveau, worden er geen grotere risico's verwacht mits de overige indicatoren op orde blijven.
Het aantal leerlingen dat zonder vertraging doorstroomt in de onderbouw, ligt bij de scholen boven of op de norm, waarbij opwaartse doorstroom naar een hoger niveau regelmatig voorkomt; vertraging of doublure in de onderbouw is beperkt. Doordat Bredero Beroepscollege, Vox College en De nieuwe Havo afbouwen is daar geen onderbouwsnelheid meer te berekenen.
Tien van de vijftien afdelingen presteren boven de norm van het bovenbouwsucces. Drie afdelingen scoren onder de norm. Doordat het Bredero Beroepscollege afbouwt, kent het relatief weinig leerlingen. Daardoor zakt het percentage al onder de norm wanneer slechts enkele leerlingen zakken of doubleren. Voor De nieuwe Havo en Vox College heeft een uitgebreide analyse van het bovenbouwsucces en de examinering geleid tot een verbeterplan. De belangrijkste verbeterpunten zijn het versterken van basisvaardigheden (taal en rekenen), en het verkleinen van het verschil tussen schoolexamen en centraal examen door betere afstemming en gerichte oefening. Daarnaast zetten we in op structurele monitoring en begeleiding om doublures en verzuim te verminderen en zo het slagingspercentage duurzaam te verhogen.
Tien afdelingen scoren boven het landelijk gemiddelde examencijfer, vier daarvan onder de norm. De lage scores bij Vox College (vwo) en De nieuwe Havo (havo) hangen samen met uitfasering en kleine cohorten. Bij Hubertus & Berkhoff (vmbo‑gt) drukken extra CE‑vakken (waarvan één vak verplicht meetelt in het gemiddelde) op het resultaat. De school herziet hiervoor de aanpak. Voor Bredero (mavo) wordt de ingezette kwaliteitsverbetering doorgezet.